voorkeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·keur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorkeur voorkeuren
verkleinwoord voorkeurtje voorkeurtjes

Zelfstandig naamwoord

voorkeur m

  1. de neiging tot kiezen van het één boven het ander
    • Mijn voorkeur gaat uit naar de eerste mogelijkheid. 
     Wanneer hij 's ochtends wakker werd onder zijn Noorse donzen dekbed, het enige wat hij had bijgedragen aan de inrichting, de Zweden gaven er nog steeds de voorkeur aan om onder gewone dekens kou te lijden, lag er een dunne ijslaag op het waswater in de kan bij zijn wastafelkast, soms was zelfs de pis in de van een blauw patroon voorziene pot onder het bed bevroren.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de voorkeur geven aan iemand of iets
    een voorkeur hebben voor iemand of iets
iemand of iets verkiezen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be