vleeshuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlees·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vleeshuis vleeshuizen
verkleinwoord vleeshuisje vleeshuisjes

Zelfstandig naamwoord

vleeshuis o

  1. (geschiedenis) een gebouw waarin overdekt handel gedreven wordt in vlees
    • Het vleeshuis van Antwerpen dateert van 1250. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie