vinner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • vin·ner
Naar frequentie 859

Werkwoord

vinner

  1. tegenwoordige tijd van vinne (betekenis [A]: oogsten)

Werkwoord

vinner

  1. tegenwoordige tijd van vinne (betekenis [B]: winnen)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   vinner     vinneren     vinnere     vinnerne  
genitief   vinners     vinnerens     vinneres     vinnernes  

Zelfstandig naamwoord

vinner, m

  1. winnaar (mannelijke vorm)
  2. winnares (vrouwelijke vorm)

Zelfstandig naamwoord

vinner, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van vinne


Nynorsk

Woordafbreking
  • vin·ner

Werkwoord

vinner

  1. verouderde spelling of vorm van vinn van vóór 2012
(verouderd) tegenwoordige tijd van vinne (betekenis [B]: winnen)

Zelfstandig naamwoord

vinner, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van vinne