vinificatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·ni·fi·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vinificatie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vinificatie v [3]

  1. (drinken) het vervaardigen van wijn
    • Gistcellen zijn de feitelijke wijnmakers en zijn tijdens de vinificatie onmisbaar.[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen