vijf en een half

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vijf en een half
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

vijf en een half

  1. 5½ (of 5,5); het getal halverwege tussen vijf en zes
    • Zij had nog vijf en een half liter benzine in de tank. 
    • De helft van elf is vijf en een half. 
Opmerkingen
Hij had voor zijn proefwerken een vijf-en-een-half en twee zevens.
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen