verwelkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wel·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van welkom met het voorvoegsel ver- (2) met het achtervoegsel -en (1).
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwelkomen
verwelkomde
verwelkomd
zwak -d volledig

Werkwoord

verwelkomen

  1. overgankelijk iemand begroeten en welkom heten
    • Zij werden door de eigenaar verwelkomd. 
     Ook als ik niet op het bestaan van de majordomus zou zijn voorbereid, had hij mij onmogelijk kunnen ontgaan. Zodra ik één voet over de drempel had gezet van zijn vesting en heiligdom, danste hij mij tegemoet. Hij verwelkomde mij met zoveel egards, krullen en arabesken dat het overduidelijk was dat ik met een professional te maken had[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 13