vervallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervallen
verviel
vervallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

vervallen

  1. ergatief in slechte staat geraken
    • Het oude gebouw verviel tot weinig meer dan een puinhoop. 
  2. ergatief zijn geldigheid verliezen
    • Deze regeling is op 1 januari vervallen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.