verstrikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·strik·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstrikken
verstrikte
verstrikt
zwak -t volledig

Werkwoord

verstrikken [1]

  1. (overgankelijk) in een strik vangen
  2. (overgankelijk) (figuurlijk) verwarren, verwikkelen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal