verstrikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·strik·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstrikken
verstrikte
verstrikt
zwak -t volledig

Werkwoord

verstrikken [1]

  1. overgankelijk in een strik vangen
  2. overgankelijk (figuurlijk) verwarren, verwikkelen
    • De bodem van de tunnel was een groot veld met wieren waarin zijn voeten verstrikt dreigden te raken. [2] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 100