verstoring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sto·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verstoring verstoringen
verkleinwoord verstorinkje verstorinkjes

Zelfstandig naamwoord

verstoring v

  1. onderbreking van het gewone of gewenste beloop
    • Een verstoring van de loop van de Golfstroom kan tot een ijstijd leiden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie