obsoleet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ob·so·leet
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het frans obsolète, uit het latijn obsoletus met het voorvoegsel ob- [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen obsoleet obsoleter obsoleetst
verbogen obsolete obsoletere obsoleetste
partitief obsoleets obsoleters -

Bijvoeglijk naamwoord

obsoleet

  1. verouderd, in onbruik geraakt
    • het is toch niet zo dat het woord obsoleet zelf ook obsoleet is? 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders
54 % van de Vlamingen.

Verwijzingen