vernuft

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·nuft
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

vernuft o

  1. vindingrijkheid; inventiviteit
  2. verstand, intelligentie
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

vernuft o

  1. ontvangen van informatie, vernemen
  2. met het verstand waarnemen, begrijpen

Verwijzingen


Middelhoogduits

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

vernuft, o

  1. ontvangen van informatie, vernemen
  2. met het verstand waarnemen, begrijpen
Overerving en ontlening
Opmerkingen

Verwijzingen