verdrukking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·druk·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdrukking verdrukkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verdrukking v

  1. zo in elkaar gedruk dat er geen plaats meer voor iets of iemand is
    • Door de in paniek geraakte massa kwamen tientalle mensen in de verdrukking 
  2. onder het juk leven van een onrechtvaardige wijze heerser
    • De wrede heerser hield zijn volk in de verdrukking. 
Synoniemen
  1. dwingelandij, onderdrukking, bedwang

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen