verbreden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bre·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van breed met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbreden
verbreedde
verbreed
zwak -d volledig

Werkwoord

verbreden

  1. (overgankelijk) breder maken
    De weg werd verbreed.
Verwante begrippen
Vertalingen