verbreden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bre·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van breed met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbreden
verbreedde
verbreed
zwak -d volledig

Werkwoord

verbreden

  1. overgankelijk breder maken
    • De weg werd verbreed. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.