verbreed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·breed
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verbreden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verbreden

verbreed

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbreden
    • Ik verbreed. 
  2. gebiedende wijs van verbreden
    • Verbreed! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbreden
    • Verbreed je? 

Deelwoord

bevestigend
deelwoord
ontkennend
deelwoord
onverbogen verbreed onverbreed
verbogen verbrede onverbrede
vervoeging van
verbreden

verbreed voltooid deelwoord van verbreden

  1. vormt de voltooide tijden
    • Ze zouden dat allang verbreed moeten hebben. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Het strand is aanzienlijk verbreed. 
  3. attributief gebruikt
    • Het verbrede strand. 
  4. bijwoordelijk gebruikt
    • Verbreed zag het er veel imposanter uit. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.