verbluffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bluf·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbluffen
verblufte
verbluft
zwak -t volledig

Werkwoord

verbluffen

  1. overgankelijk verstomd doen staan van verbazing
    • Maar ook de gedichten van Slauerhoff over zwervers en opiumschuivers, de onbegrijpelijke erupties van Lucebert en dat idiote boek over een gestoorde jongen met een speelgoedkonijn verbluften me.[1] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen