verblind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·blind
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verblinden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verblind verblinder verblindst
verbogen verblinde verblindere verblindste
partitief verblinds verblinders -

Bijvoeglijk naamwoord

verblind [1]

  1. geobsedeerd, zonder nog andere zaken of omstandigheden te zien
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verblinden

verblind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblinden
    • Ik verblind. 
  2. gebiedende wijs van verblinden
    • Verblind! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblinden
    • Verblind je? 
  4. voltooid deelwoord van verblinden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen