verblindheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·blind·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verblindheid verblindheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verblindheid v [1]

  1. (figuurlijk) de ware aard van iets niet meer kunnen of willen zien
    • Psychiater-cultuurcriticus Theodore Dalrymple heeft uitgebreid beschreven hoe de hogere klassen in hun verblindheid door cultureel relativisme de stijlparafernalia van de lagere klassen (tatoeages en piercings) overnamen, maar voor zichzelf bleven vasthouden aan waarden als scholing, discipline en een ordentelijk gezinsleven met de bijbehorende groepsdruk. Fenomenen als huiselijk geweld, alcoholisme, ongehuwd moederschap en tienerzwangerschappen tekenen het leven in de onderklasse, waardoor kinderen opgroeien in een moreel vacuüm dat makkelijk gevuld wordt met verveling en verongelijktheid. [2] 
    • Een enkeling beweert zelfs dat het allemaal nepnieuws is en foto’s van afsplitsingen van ijskap gewoon manipulatie zijn. Met fotoshoppen kun je tegenwoordig immers de ergste rampen in beeld brengen. Kortom, dat negatieve nieuws over het klimaat kan men naast zich neerleggen. Vindt men... Veelal komt deze houding niet voort uit ideologische verblindheid, maar vooral uit het verlangen gewoon door te gaan met het huidige comfortabele bestaan. Want dat is vaak de kwestie. [3] 


Gangbaarheid


Verwijzingen