verbitteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bit·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbitteren
verbitterde
verbitterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verbitteren

  1. overgankelijk bitter maken
    • Angst voor de dood verbittert veel zoets des levens. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.