verarmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ar·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van arm met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verarmen
verarmde
verarmd
zwak -d volledig

Werkwoord

verarmen

  1. (ergatief) armer worden
    De bevolking verarmt sterk door de economische crisis.
  2. (ergatief) minder divers worden, in aanbod verminderen
    Door de kruisbestuiving verarmt de biodiversiteit.
Vertalingen