venerisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ve·ne·risch
Woordherkomst en -opbouw
  • van Duits venerisch, een eponiem dat verwijst naar de Romeinse godin van de liefde Venus op Wikipedia (nl); in de betekenis van ‘m.b.t. geslachtsziekte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1803 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen venerisch venerischer
verbogen venerische venerischere
partitief venerisch venerischers -

Bijvoeglijk naamwoord

venerisch

  1. (medisch) met betrekking tot de geslachtsziekten
    • Een winkelwandelstraat voor venerisch toerisme noemt de politie de gedoogbuurt, mooi toch?[2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen