acrobatiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

acrobatiek
Uitspraak
Woordafbreking
  • acro·ba·tiek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord acrobatiek
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

acrobatiek v

  1. Wat een acrobaat doet (in het circus). Vaak zijn dat halsbrekende toeren.
    • Acrobatiek is het uitvoeren van uitzonderlijke prestaties, betreffende bewegingskunsten met het lichaam, waarbij vooral balans, behendigheid en coördinatie belangrijk zijn. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be