vakopleiding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

vrachtwagen voor een vakopleiding tot vrachtwagenchauffeur
Uitspraak
Woordafbreking
  • vak·op·lei·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vakopleiding vakopleidingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vakopleiding v [1]

  1. een praktische (school)opleiding waarin de student leert hoe zijn vak uit te oefenen
    • Vakopleiding Bouwmensen Twente in Almelo gaat na of het mogelijk is om vluchtelingen met een verblijfstatus bij te scholen tot timmerman, metselaar of schilder. Dat is nodig om in de snel toenemende vraag van regionale bouwbedrijven naar vakmensen te voorzien, zegt directeur Robert Herman. [2] 
    • De mavo (middelbaar algemeen voortgezet onderwijs) ging in 1999 met het vbo op in het vmbo: voorbereidend middelbaar onderwijs. Het vmbo kent vier leerwegen: de basisberoeps- en kaderberoepsleerwegen (vmbo-b en vmbo-k) bieden een vakopleiding. [3] 
    • Ga je zelf de schoonmaker instrueren en begeleiden? Als je geen tijd hebt om iemand te instrueren, kun je beter iemand kiezen met een vakopleiding en ervaring. Iemand die je het vak niet hoeft uit te leggen. Die je kunt ‘loslaten’. [4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen