vakgebied

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vak·ge·bied
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vakgebied vakgebieden
verkleinwoord vakgebiedje vakgebiedjes

Zelfstandig naamwoord

vakgebied o

  1. een bepaald geheel van kennis, vaardigheid en ervaring dat een rol op professioneel peil mogelijk maakt
    • Vastestofchemie is mijn oude vakgebied. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be