vakantiebestemming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·kan·tie·be·stem·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vakantiebestemming vakantiebestemmingen
verkleinwoord vakantiebestemminkje vakantiebestemminkjes

Zelfstandig naamwoord

vakantiebestemming v

  1. de plaats waar de vakantie naar toegaat
    • Een slordige honderd onbewoonde eilanden worden geëxploiteerd als hotel. Als vuistregel geldt: één eiland, één resort, iets wat de Malediven een unieke en daarmee ook populaire vakantiebestemming maakt. [1] 
    • Thailand is een steeds meergekozen vakantiebestemming. 
Synoniemen
  1. reisbestemming, reisdoel

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. HP de Tijd ARNOUT LE CLERCQ 25 JAN 2019 De Malediven verdwijnen, maar onze consumptiedrift niet