uithouwen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·hou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uithouwen
hieuw uit
uitgehouwen
klasse 7 volledig

Werkwoord

uithouwen

  1. overgankelijk uit steen uithakken
    • De beeldhouder hieuw een goed gelijkende buste uit uit graniet. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.