uitblussen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·blus·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitblussen
bluste uit
uitgeblust
zwak -t volledig

Werkwoord

uitblussen

  1. overgankelijk een einde maken aan het verbrandingsproces van een brand
    • Het duurde geruime tijd voordat de brand geheel uitgeblust was. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be