uitblussen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·blus·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitblussen
bluste uit
uitgeblust
zwak -t volledig

Werkwoord

uitblussen

  1. overgankelijk een einde maken aan het verbrandingsproces van een brand
    • Het duurde geruime tijd voordat de brand geheel uitgeblust was. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.