uitgeblust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·blust
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitblussen

uitgeblust

  1. voltooid deelwoord van uitblussen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitgeblust uitgebluster (uitgeblustst) *
verbogen uitgebluste uitgeblustere (uitgeblustste) *
partitief uitgeblusts uitgeblusters -

Bijvoeglijk naamwoord

uitgeblust

  1. alle moed en zin verloren hebbend
    • Hij maakt zo'n uitgebluste indruk, wat is er toch met hem? 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest uitgeblust(e)" worden gebruikt.[1][2]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen