tussendoortje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tus·sen·door·tje
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord tussendoortje tussendoortjes

Zelfstandig naamwoord

tussendoortje o dim. tant.

  1. een versnapering, iets te eten tussen de maaltijden door
    • Tussen de maaltijden door eet hij altijd verschillende tussendoortjes. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie