tractie
Uiterlijk
- trac·tie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het voorttrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
- van het Franse 'traction' en daarvoor van het Latijnse 'trahere' (trekken).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tractie | tracties |
| verkleinwoord | - | - |
de tractie v
- het trekken, voorttrekken, aandrijving
- (spoorwegen) wat tot de locomotiefdienst behoort
- Het woord tractie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tractie" herkend door:
| 84 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "tractie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be