tractie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trac·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het voorttrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • van het Franse traction en daarvoor van het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord tractie tracties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tractie v

  1. het trekken, voorttrekken, aandrijving
  2. (spoorwegen) wat tot de locomotiefdienst behoort
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen