Naar inhoud springen

tracer

Uit WikiWoordenboek
  • tra·cer
enkelvoud meervoud
naamwoord tracer tracers
verkleinwoord - -

detracerm

  1. (natuurkunde) een stof (bijv. een isotoop) die in verschillende disciplines van wetenschap gebruikt wordt om materialen te volgen
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tracer
traçais
tracé
eerste groep volledig

tracer

  1. (spreektaal) rennen, racen
    «Ce soir, on trace à partir de la Place de la Concorde.»
    Vanavond gaan we racen we vanaf Place de la Concorde. [1]
  2. (spreektaal) weggaan, ervandoor gaan
    «Vas-y, on trace
    Kom we gaan ! [1]