tra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tra
enkelvoud meervoud
naamwoord tra tra's
verkleinwoord traatje traatjes

Zelfstandig naamwoord

tra v/m

  1. een weg of opengehouden strook in een bos om bij brand, de verspreiding van ondergronds smeulend vuur te verhinderen/beperken


Surinaams

Bijvoeglijk naamwoord

tra

  1. ander