toonbankwinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een moderne toonbankwinkel van een groenteboer.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toon·bank·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toonbankwinkel toonbankwinkels
verkleinwoord toonbankwinkeltje toonbankwinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

toonbankwinkel m

  1. (bedrijfskunde) zaak waar een verkoper de klanten van achter een toonbank bedient
    • De manier waarop je de artikelen verkoopt, heeft invloed op het winkelinterieur. Je kunt kiezen tussen een toonbankwinkel en een circulatiewinkel. De toonbankwinkel gebruik je bij het bedieningssysteem. Je helpt de klanten vanachter de toonbank en hebt direct contact met je klant. [1]
    • In de ouderwetse toonbankwinkel op de hoek, bijvoorbeeld, hoorde iedereen wat een vaste klant de kruidenier vertelde, zonder dat het voor andere wachtenden was bedoeld. [2]
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen