toewijzing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·wij·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toewijzing toewijzingen
verkleinwoord toewijzinkje toewijzinkjes

Zelfstandig naamwoord

toewijzing v

  1. uitsluitende toekenning
     „Kinderen hebben wettelijk het recht op te groeien met hun eigen ouders, dus wij zullen onderzoeken of dat mogelijk is.” Na drie maanden zal de Raad aan de rechter een advies uitbrengen. Dan kan of hereniging plaatsvinden, of toewijzing aan iemand in de directe omgeving, of toewijzing aan een „neutrale” voogd.[2]
  2. (juridisch) rechterlijke uitspraak waarbij de eiser gelijk krijgt
     Volgens de wrakingskamer is dat enkele feit onvoldoende voor toewijzing van het wrakingsverzoek.[3]
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 11 november 2020 Weblink bron Andreas Kouwenhoven e.a. “Terugkeer IS-vrouwen zet kabinet klem” (21 november 2019) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 11 november 2020 Weblink bron Steven Musch “Wrakingsverzoek afgewezen in Krimgoud-zaak” (1 november 2019) op nrc.nl