toestroom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·stroom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toestroom toestromen
verkleinwoord toestroompje toestroompjes

Zelfstandig naamwoord

toestroom m

  1. aanzienlijke hoeveelheid mensen, dieren en/of andere zaken die naar eenzelfde plaats gaan
    • De toestroom van toeschouwers was enorm. 
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
toestromen

toestroom

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toestromen
    • ... dat ik toestroom. 

Gangbaarheid