toeriste
Uiterlijk
- toe·ris·te
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toeriste | toeristes |
| verkleinwoord |
de toeriste v
- een vrouwelijk persoon die voor haar plezier reist
- In dat land werd zij als een toeriste ontvangen.
- Het woord toeriste staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.