theorema

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • the·o·re·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘uitspraak berustend op andere, eerder geaccepteerde stellingen’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [1]
  • afgeleid van het Griekse [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord theorema theorema's
verkleinwoord theoremaatje theoremaatjes

Zelfstandig naamwoord

theorema o [3]

  1. (wiskunde) stelling
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen