tegenin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     tegenin  
 persoonlijk     ertegenin  
aanwijz.   nabij     hiertegenin  
  veraf     daartegenin  
  vragend/betrekk.     waartegenin  


Woordafbreking
  • te·gen·in
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

tegenin

  1. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: zich tegen iets verzettend
    • Hij ging er niet tegenin. 
Opmerkingen
  • Als voorzetsel in de regel gescheiden: Tegen de wind in.
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.