teelvocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • teel·vocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teelvocht teelvochten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

teelvocht o [1]

  1. sperma
     Teelvocht van slechte kwaliteit: Wil je kinderen, maar heb je een Franse man of vriend? Wees dan niet verbaasd als het een poosje duurt voordat je zwanger bent...[2]
     Gevolg: jongeren worden geconfronteerd met knapen die aan het einde van de rit massaal hun teelvocht in het gezicht van hun sekspartner sproeien.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron CHANTAL ANTHONIO “Teelvocht van slechte kwaliteit” (05 dec. 2012), De Telegraaf
  3. Bronlink Weblink bron YVONNE VAN DER WAL “Sekslessen voor jongens? Maak porno gewoon minder (b)anaal” (04 feb. 2016), De Telegraaf
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be