tapijtschelp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tapijtschelp.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·pijt·schelp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tapijtschelp tapijtschelpen
verkleinwoord tapijtschelpje tapijtschelpjes

Zelfstandig naamwoord

tapijtschelp v/m

  1. (tweekleppigen) Venerupis senegalensis, weekdier met een vrij dikschalige, wat rechthoekige schelp dat in de Waddenzee en voor de Belgische kust leeft
    • De top van de tapijtschelp ligt ver naast het midden en de buitenkant van de schelp heeft een duidelijke traliewerkstructuur. 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie