sujet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·jet
enkelvoud meervoud
naamwoord sujet sujetten
verkleinwoord sujetje sujetjes

Zelfstandig naamwoord

sujet o

  1. onguur persoon
  2. volgorde van gebeurtenissen in het verhaal


Frans

Uitspraak
  • IPA: /sy.ʒɛ/

Zelfstandig naamwoord

sujet m

  1. het onderwerp.
  2. de onderdaan.