suizing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sui·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord suizing suizingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

suizing o

  1. het suizen b.v. van oorsuizen
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.