suikerdiefje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Suikerdiefjes.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sui·ker·dief·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord suikerdiefje suikerdiefjes

Zelfstandig naamwoord

suikerdiefje o dim. tant.

  1. (vogels) Coereba flaveola, een klein zangvogeltje uit de tropische delen van de Amerika's dat er om bekend staat dat het gaatjes boort in bloemen om de nectar te stelen
    • Een suikerdiefje komt soms ook suiker of zoete vloeistoffen stelen. 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid