stunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stunt
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bravourestuk’ voor het eerst aangetroffen in 1946 [1]
  • Ontleend van het Amerikaans-Engelse stunt [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stunt stunts
verkleinwoord stuntje stuntjes

Zelfstandig naamwoord

stunt m

  1. een ongewone en moeilijke fysieke prestatie
  2. iets wat iemand doet en erg opvalt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stunten

stunt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stunten
  2. gebiedende wijs van stunten

Verwijzingen


Engels

Werkwoord

stunt

  1. stunten