studeerkamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stu·deer·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord studeerkamer studeerkamers
verkleinwoord studeerkamertje studeerkamertjes

Zelfstandig naamwoord

studeerkamer v/m

  1. een ruimte om te studeren
    • In de studeerkamer stond een grote boekenkast. 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be