straatroof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • straat·roof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord straatroof straatroven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

straatroof m [1]

  1. het beroven van iemand op de openbare weg
    • De Enschedeër mocht een (in scene gezette) straatroof plegen op de Kop van Zuid, waarna hij een arrestatieteam op zijn dak kreeg. Toen hij eenmaal in de kraag was gevat begon zijn belevenis als verdachte. [2] 
    • In het onderzoek naar een straatroof aan de Willem de Clerqstraat in Almelo op 23 april is maandag opnieuw een man aangehouden. Het gaat om een 19-jarige Almeloër. Vorige maand werd al een 18-jarige inwoner uit de stad aangehouden. [3] 
    • De verdachten gebruiken volgens het OM meerdere aliassen, maar lijken elkaar te kennen vanuit Marokko. Ahmed B. zou eerder vast hebben gezeten in Duitsland. Waarvoor is niet duidelijk. Ook zou dna hebben uitgewezen dat hij te linken is aan een straatroof in Rotterdam in mei. [4] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Leon Moleman 25-06-18 Enschedeër wint actie, pleegt straatroof en eindigt in de cel
  3. Tubantia Opnieuw Almeloër aangehouden na straatroof onder mom van afspraakje Willem Korenromp 19-07-18
  4. Tubantia Cyril Rosman 19-09-18, Terreurverdachten Rotterdam filmden ook op Erasmusbrug