stoma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord stoma stoma's
stomata
verkleinwoord stomaatje stomaatjes

Zelfstandig naamwoord

stoma m

  1. (biologie) een huidmondje, een opening in een blad waar gassen doorheen kunnen
    Als het te heet wordt kunnen planten hun stomata sluiten om uitdroging te voorkomen.
  2. (medisch)kunstmatige opening van darmkanaal vóór de anus
Opmerkingen
  • In de praktijk wordt doorgaans het meervoud van dit woord gebruikt, zoals in de voorbeeldzin.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie