stochastisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·chas·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stochastisch stochastischer
verbogen stochastische stochastischere
partitief stochastisch stochastischers -

Bijvoeglijk naamwoord

stochastisch

  1. afhankelijk van een bepaalde kans of van het toeval
    • We hebben te maken met een stochastische variabele. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders
42 % van de Vlamingen.

Meer informatie