Naar inhoud springen

spreek

Uit WikiWoordenboek
  • spreek
vervoeging van
spreken

spreek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spreken
    • Ik spreek. 
  2. gebiedende wijs van spreken
    • Spreek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spreken
    • Spreek je? 
     Dat heeft Van de Laar overgenomen van Boer, zegt hij. "Ik sta, terwijl ik met jullie spreek, buiten kruiden te plukken. Wat ik van hem heb geleerd, is altijd werken met pure smaken en met de natuur om je heen. Maar ook om altijd 100 procent te geven."[1]
     Ach, kom op Hannah, spreek ik mezelf toe, je laat je door zo'n jonge vrouw toch niet van de kaart brengen? Zeg haar gewoon dat het goed is te botsen met je therapeut, dat dat is waar therapie in de kern over gaat.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 24 april 2025 Weblink bron “Topchefs geschokt door dood Jonnie Boer: 'Hij leerde mij alles'” (23 april 2025), NOS
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
spreek
gespreek
volledig

spreek

  1. spreken