sovchoze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sov·cho·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sovchoze sovchozen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sovchoze v

  1. (landbouw) staatslandbouwbedrijf in de voormalige Sovjet-Unie
     Het was voorheen de standplaats van de medewerkers van een sovchoze, de staatsboerderijen achter het vroegere ijzeren gordijn die door een inefficiënte bedrijfsvoering te gronde gingen.[1]
     Het landschap onderweg is licht glooiend en vooral leeg. Er zijn veel braakliggende landbouwgronden en vervallen sovchoze- en kolchozegebouwen.[2]
Schrijfwijzen
Synoniemen

Gangbaarheid

20 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Peter en Marloes terug om te trouwen tussen de Russen” (28-03-2008), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron Karel Onwijn “Crisis en corruptie houden Oekraïne in greep” (17-06-2011), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be