solde
Uiterlijk
- sol·de
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | solde | solden |
| verkleinwoord | - | - |
- (militair) loon van soldaten
- ▸ De Legerdienst te Londen kondigt aan dat de solde der manschappen, die voor zes maanden aangeworven werden in het leger, 1 shilling 6 pence, hetzij ongeveer 10 fr. 30 per dag bedraagt.[1]
| vervoeging van |
|---|
| sollen |
[B] solde
- enkelvoud verleden tijd van sollen
- Ik solde.
- Jij solde.
- Hij, zij, het solde.
- Ik solde.
- Het woord solde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "solde" herkend door:
| 38 % | van de Nederlanders; |
| 43 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron 10 fr. 30 solde per dag, Dupont gebroeders, Poperinghe in: De Gazet van Poperinghe, jrg. 19 nr. 21 (21 mei 1939), p. 2 kol. 5 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| vervoeging van |
|---|
| solder |
solde
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 38 %
- Prevalentie Vlaanderen 43 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Werkwoordsvorm in het Frans